Gehoorbescherming
Naarmate we ouder worden, neemt ons gehoorvermogen af. Gelukkig gebeurt dit meestal geleidelijk, zodat dit weinig invloed heeft op onze sociale contacten. Mensen die aan ouderdomsdoofheid of hardhorendheid lijden, kunnen deze kwaal redelijk goed verlichten met een gehoorapparaat. Gehoorverlies door (langdurige) blootstelling aan lawaai is echter definitief. De trilhaartjes die in ons gehoororgaan geluidstrilling omzetten in signalen naar onze hersenen, sterven na (langdurige) blootstelling aan te veel lawaai af en kunnen dan geen geluidservaringen meer doorgeven.
Men is dan 'lawaaidoof' en daartegen helpt geen gehoorapparaat.
Hoe werkt ons gehoororgaan?
- Via de oorschelp komen geluidsgolven het oor binnen. Aan het einde van de gehoorgang vangt het trommelvlies de trillingen op.
- Het trommelvlies geeft de trillingen door aan de middenoorbeentjes (hamer, aambeeld en stijgbeugel). Deze versterken de trillingen en geven ze op hun beurt, via het ovale venster, weer door aan het zogenaamde slakkenhuis.
- In het slakkenhuis planten de trillingen afkomstig van de gehoorbeentjes zich voort in een vloeistof.
- In het slakkenhuis bevindt zich het orgaan van Corti, een vlies dat bekleed is met haarcellen. Deze haarcellen zijn allemaal gevoelig voor een bepaalde frequentie. Wanneer de trilhaartjes op die haarcellen door de vloeistoftrillingen worden omgebogen, zenden ze elektrische signalen uit.
- Deze elektrische signalen gaan door de gehoorzenuw naar de hersenen.
- De hersenen zetten deze signalen om tot geluidswaarneming. De plaats in het slakkenhuis waar de trilhaartjes zich bevinden, bepaalt de toonhoogte van het geluid. Hoe meer signalen er binnenkomen, hoe harder het geluid wordt ervaren.
Hoe ontstaat lawaaidoofheid?
De mate waarin de trilhaartjes in het slakkenhuis worden omgebogen, is afhankelijk van de intensiteit van het lawaai. In normale omstandigheden zetten de trilharen zich bij het verdwijnen van de geluidsbron opnieuw recht.
Maar als we gedurende lange periodes blootgesteld worden aan een hoge geluidsintensiteit, herstellen de trilhaartjes steeds minder snel en ook minder volledig.
Uiteindelijk zullen de trilhaartjes niet meer herstellen en afbreken en kunnen dus ook geen zenuwprikkels meer doorsturen naar de hersenen.
Aanvankelijk is de betrokkene zich niet bewust van zijn gehoorverlies, omdat lawaaidoofheid meestal begint op frequenties van ongeveer 4000 Hz. De betrokkene begint pas hinder te ondervinden, wanneer ook de spraakfrequentie (500 - 2000 Hz) in het proces betrokken raken.
Een geluidsbron en hun waarde in decibels (dB)(A):
- Fluisteren 15 - 30
- Schreeuwen 70 - 85
- Op straat 50 - 80
- Zware vrachtauto 100 - 105
- Pneumatische hamer 105 - 120
- Straaljager 100 - 130
- Disco 105 - 120